moeten
Ik moet.
Ik moet op tijd mijn bed uit
Ik moet mijn tanden poetsen
Ik moet minder achter de pc zitten
Ik moet mijn hypotheek betalen
Ik moet nog mijn brood smeren
Ik moet op mijn houding letten
Ik moet de vloer stofzuigen
Ik moet geen verjaardagen vergeten
Ik moet gezellig doen
Ik moet minder drinken
Ik moet gezond eteb
Ik moet schone sokken aan
Ik moet nog op vakantie
Ik moet mijn apk niet vergeten
Ik moet volwassen doen
Ik moet van alles moeten
Ik moet klanten bellen
Ik moet interesse hebben in anderen
Ik moet me nog scheren
Ik moet vooruit denken
Ik moet dit stukje typen
Ik moest hier maar eens mee ophouden....

